MEMORANDUM AAN GEMEENTEN EN PROVINCIES


In elke Vlaamse gemeente vinden we wel sporen van ambachtelijke, industriële of technologische ontwikkelingen uit het verleden. Het zijn de vroegere bedrijfsgebouwen (van wind- en watermolens, via brouwerijen en smidsen, vlasroterijen, steen- en pannenbakkerijen, textielbedrijven - tot zelfs de eerste rubber- of accordeonfabriekjes), oude transportinfrastructuur (bruggen, sluizen, stations, ... tot oude wegwijzers), diensten (watertorens en pompstations, elektriciteitscabines) of de woningen van arbeiders of ambachtslui.

Deze gebouwen, hun installaties, en de documenten en archieven die erop betrekking hebben, vormen een schatkamer van vroege economische creativiteit en vernuft. Het zijn de getuigen van de wortels van onze hedendaagse maatschappij, van de wijze waarop onze rechtstreekse voorouders met zwoegen en zweten onze welvaart en ons welzijn gegrondvest hebben.

 

Het industrieel erfgoed is een lokaal en regionaal erfgoed.

In de meeste gevallen getuigt het immers van typische sociale en economische ontwikkelingen van een gemeente of een streek. Op basis ervan kan de eigen identiteit van een gemeente of een regio geprofileerd worden, en kan bijgedragen worden tot het beter begrijpen van de eigen leefomgeving van het individu.

Het behoud van het industrieel erfgoed is géén nostalgie, maar op de wortels van ons verleden kunnen - zoals buitenlandse voorbeelden en experimenten uitwijzen - boeiende en vernieuwende processen geënt worden, die o.m. kunnen bijdragen tot sociale en economische creativiteit.

Tenslotte vormt het industrieel erfgoed een basis (of een 'wervingsreserve') voor het in alle Europese landen opkomende industriële toerisme .

De eerste verantwoordelijkheid voor de instandhouding en de valorisatie van dit erfgoed ligt bij de lokale besturen, die zich nog al te vaak onbewust zijn van het rijke erfgoed dat zij bezitten, en van de mogelijkheden die dit erfgoed biedt.

Regelmatig worden belangrijke elementen uit dit erfgoed (gebouwen, voorwerpen en machines, archieven,...) vernietigd, omdat de gemeentelijke administraties (technische dienst, culturele dienst, toeristische dienst), de gemeentelijke bestuurders en de plaatselijke politieke verantwoordelijken zich niet tijdig een vraag stelden naar de waarde, de behoudsmogelijkheden en de herbestemmingskansen ervan.

Plaatselijke initiatiefnemers voelen zich vaak onbegrepen door deze administraties en verantwoordelijken, die niet of onvoldoende op de hoogte bleken van deze aspecten.

 

De VVIA roept daarom de Vlaamse gemeentebesturen op om

 

De VVIA roept de Bestendige Deputaties en Provinciebesturen van de vijf Vlaamse provincies op om

 

Tenslotte roept de VVIA de Vlaamse gemeentebesturen en provinciebesturen op om in 1995 bij te dragen tot het lanceren - in navolging van het in Nederland genomen initiatief - van het Jaar van het Industrieel Erfgoed in 1996, en verzoeken wij hen om op de begroting van 1996 de nodige financiële, praktische en administratieve middelen vrij te maken voor het opzetten van initiatieven en aktiviteiten die moeten bijdragen tot de betere kennis en het behoud van het industrieel en technologisch erfgoed in Vlaanderen.

 


(1995)

Memorandum goedgekeurd door de algemene vergadering van de VVIA, op 28 januari 1995, in Bocholt. Deze tekst werd toegezonden aan alle gemeentebesturen en aan de bestendige deputaties van alle Vlaamse provincies.

back to homepage  VVIA / Flemish Association for Industrial Archaeology